Cochrane – Polar Bear Expres – Moosonee
Vanuit Gowgonda rijden we naar Cochrane, wat op de grens van het nabije en verre noorden van Ontario ligt. Op voorstel van Jesse besluiten we nu eens niet ‘persoontje raden’ te doen, maar de wilde dieren te tellen, die we onderweg zien. Al snel zien we een vos langs de kant van de weg. De verwachtingen zijn hooggespannen: komen we een beer of eland tegen? Helaas, alles wat we nog zien is een kudde bizons, en dat is ook nog voor spek-en-bonen, want ze staan binnen een omheining. Tsja, een beer of eland kun je tijdens de schemering verwachten, maar niet midden op de dag. Overigens is de rit naar Cochrane weer een prachtige.
Cochrane is voor ons een hele overgang na de rust van Gowgonda. Het is echt een stad, al heeft het maar 5500 inwoners. De sfeer staat ons niet aan. Er lopen erg veel typetjes rond. "Kijk, daar lopen er weer twee, type witte sportschoenen, jeans korte broek, en zonnehemdje." Zo gewoon en zichzelf als Steve en Lydia waren, zo typisch zijn de mensen hier. Ook op het kleine strandje wat Cochrane rijk is (inclusief een meer, wat niet veel meer dan een plas is, maar wel heerlijk om af te koelen), valt ons dit op. Het lijkt erop alsof Cochrane de Here Jezus heel hard nodig heeft. Welke arbeider meldt zich?
Gelukkig hebben wij Cochrane alleen nodig als vetrek- en eindpunt van de Polar Bear Expres (=ijsbeerexpres). Deze trein rijdt dagelijks heen-en-weer tussen Cochrane en Moosonee, wat in het verre noorden ligt, en is voor Moosonee de enige verbinding met de buitenwereld, omdat er geen wegen heen lopen. Hoewel, er gaan veel waterwegen heen, en de echte avonturiers kunnen een tocht van 10 dagen naar Moosonee maken per kano. Wij maken de bijna 6 uur durende treinrit, veel ‘expres’ is er trouwens niet bij. Dit deert ons niet, want opnieuw valt ons een schitterende tocht ten deel door een verlaten landschap met meren, wouden, en rivierdalen. Vooral in de dome car (een verhoogd rijtuig met extra veel ramen) kunnen we dit goed zien. Het leukste is misschien wel dat we de Moose River kruisen over een smalle spoorbrug, vrijwel zonder leuningen, zodat we het idee hebben hoog boven het water te zweven. Maar ja, het gerammel van de trein maakt ons duidelijk dat we nog steeds over de rails rijden.
In Moosonee aangekomen stappen we uit de trein en hebben even het gevoel in een Boliviaans dorpje te zijn beland. Er zijn alleen maar zandwegen. Wij lopen vrij vlot door naar de dock, vanwaar een watertaxi (een zoveel-pk-motorboot) ons in vliegende vaart naar Moose Factory Island brengt. We zien kinderen zonder zwemvest spelen in de rivier, wat een leuke binnenkomer is voor Moose Factory. We dwalen hier een paar uurtjes rond, kopen wat handicrafts (=handwerk) van de lokale bevolking, die uit Cree-mensen bestaat, eten een bannock (een broodje wat aan een stok boven het vuur wordt geroosterd, een typisch Canadese lekkernij), nemen een kijkje bij de St Thomas Anglican Church en lopen weer terug naar de aanlegsteiger. Daar nemen we dezelfde watertaxi terug naar Moosonee. De kinderen gillen van plezier als we over de golven, veroorzaakt door een andere watertaxi, racen. Voor we weer de Polar Bear Expres instappen, nemen we nog een kijkje in het Railway Car Museum (=treinwagonmuseum).
Al hobbelend genieten we in de dinner car van ons avondeten. De dinner car is de laatste wagon van de trein, en als we achteruit de trein kijken, terwijl we over de eerder genoemde spoorbrug rijden, baal ik er voor de eerste keer echt van dat ons fototoestel kapot is. Het was een mooi plaatje geweest…
Doodmoe, maar voldaan, rollen we om half 12 ‘s avonds ons bed in…
