Author Archives: dijkstragoesguelphish

Heimwee?

Van de week dacht ik nog: "Zaten we maar weer in Canada…" Het was zo heerlijk om een paar maanden weg te zijn uit Nederland, ver weg. 2 1/2 maand alleen met ons gezin, zonder schuldgevoelens uitnodigingen afslaan, lekker asociaal kunnen doen, en merken dat we het goed hebben met elkaar. Eigenlijk is dat de mooiste ervaring van deze sabbattical. We hebben heel veel leuke dingen meegemaakt, mooie plekjes ontdekt, maar het fijnste was dat we als gezin samen waren. Nu is de school weer begonnen, en dat is op zich niet zo erg, maar daar komen alle clubjes en afspraken ook weer bij, en dat is minder leuk. Ik bekijk het maar positief: "We kunnen terugkijken op een prachtige tijd met elkaar!"

24 September 2009
By on 06:21
Vreemd

Vreemd is het, dat we donderdag nog bij de Niagara-watervallen rondliepen, en nu weer in ons eigen tuintje zitten. Vreemd om iedereen weer Nederlands te horen praten. Vreemd dat we niet meer met dollars hoeven te betalen. Vreemd om ineens weer onze eigen spullen te hebben. Vreemd dat ons lijf hier al wel is, maar ons gevoel nog niet. Vreemd om alles te moeten inpakken (zeg maar gerust: proppen), en ons dan te verbazen dat alles tóch past. Vreemd om thuis te komen en te denken: "Wat is het hier kléin." Vreemd om de kinderen weer in hun eigen bed te slapen te leggen. Vreemd… we zullen er eens een nachtje over slapen.

15 August 2009
By on 18:13
Fotoblog Canada-landhuis/Algonquin Park

We hebben deze week heel wat foto’s gemaakt dankzij een geleend fototoestel (lang leve Jolanda!). Echter, de spelregels zijn veranderd: er wordt geen bijschrift bij de foto’s geplaatst. Jullie mogen zelf het wie/wat/waar/hoe/waarom van de foto’s raden. De winnaar krijgt een leuk Canadees presentje.

Img_1370_large_2Img_1537_large Img_1538_large Img_1539_large Img_1547_large Img_1551_large Img_1556_large Img_1562_large Img_1559_large Img_1566_large Img_1581_large Img_1585_large Img_1596_large Img_1597_large Img_1601_large Img_1614_large Img_1621_large Img_1627_large Img_1631_large Img_1638_large Img_1640_large Img_1641_large  Img_1378_large Img_1510_large Img_1508_large Img_1455_large Img_1450_large Img_1520_large Img_1427_large Img_1395_large Img_1375_large

11 August 2009
By on 21:06
Canada-landhuis, of: onze belevenissen in Algonquin en omgeving

Vanaf Bancroft rijden we 40 km over Hwy.28 en gaan rechtdoor op de 514. We slaan rechtsaf en volgen de 515. We passeren het gehucht Latchford Bridge, en slaan daarna linksaf. We bevinden ons op Guiney Road, en volgen die 4 kilometer. Pilgrim Road bevindt zich rechts. Na ruim 1 kilometer stopt de weg en bevinden we ons in de middle of nowhere. We zijn aangeland bij ons landhuis, waar we een week zullen verblijven (zie www.canada-landhuis.nl).

Rust. Stilte. Een week lang zijn wij vijven de enige mensen op de wereld. Kostbare tijd.

Weinig muggen, maar des te meer kikkers, slangen, krekels, schildpadden, vissen, herten.

We gaan een dag op stap met de eigenaresse van het huis. Onze eerste station is een waterval, die door de vele regen van de afgelopen tijd flink in omvang is toegenomen. Zoveel zelfs, dat we het strandje niet kunnen bereiken. We kletsen met een paar dappere kanoërs. Daarna bezoeken we een oude mijn, waar we vele kilo’s prachtige stenen verzamelen. Zoveel zelfs, dat we besluiten een extra koffer te kopen voor de terugreis naar Nederland.

Roeien op ons privé-meer. Zwemvesten niet vergeten! Kampvuurtje stoken. Wandelen over de paadjes van het landgoed.

Klimmen en klauteren langs de Lookout-trail in het beroemde Algonquin Park.

We maken een public wolf howl mee, veel publiek, weinig howl.

Met een schepnetje vissen vangen bij de beverdam. En in het schemerdonker bevers proberen te ontdekken.

Stenen bewonderen op de Rockhound Gemboree in Bancroft, het dorp dat de mineralen-hoofdstad van Canada wordt genoemd.

Jesse dolt met Chief, de hond van de eigenaresse.

Een agressieve wesp bezorgt Chief, Vanya en Sharyn heel wat steken.

Een kerkdienst meemaken in een schattig Wesleyaans kerkje met een handjevol mensen.

En tot onze vreugde ontdekken we dat er op de dag van onze terugkeer naar Guelph een pow wow (=indianenfestival) zal plaatsvinden bij Whitefish Lake in Algonquin Park. Het is een kleinschalige, wat ons erg aanspreekt, en de sfeer is gemoedelijk, lijkt een beetje hippie/jaren ’60/flower power. Overal staan tentjes en oude caravannetjes van mensen die hebben overnacht op de pow wow grounds. We doen mee aan een round dance en door te gaan staan tonen we respect tijdens de ceremoniële dansen. Het is jammer dat we maar een paar uurtjes de tijd hebben, maar erg leuk om mee te maken!


By on 20:43
Highway 401

Wat levert een typische rit over highway 401 (=snelweg 401) dwars door Toronto ons op? We zoeken naar groene, paarse en rose auto’s, maar de gele zijn nog steeds in de meerderheid. We zien veel grijs en zwart– van de auto’s, niet van het asfalt. Iemand rijdt ons voor bij met de radio keihard aan, wij rijden hem voorbij met de radio even voluit, hij rijdt ons weer voorbij, nog steeds met de radio keihard aan. Dat laten we niet op ons zitten. Langzaam kruipen we naar hem toe en zetten onze radio weer voluit, de kinderen gieren van het lachen en smeken me om het weer te doen iedere keer als we de beste man passeren. We kijken uit naar de CN-tower, en signaleren hem again and again and again. De Luisterbijbel in jazz-versie. De collectors-way gaat harder dan de expres-way – waar wij ons op bevinden, waar is dat expres dan goed voor? O kijk, een mooie steen daar! O kijk, wat een prachtige hoogbouw! We worden er melig van. We passeren de afslag naar Yonge Street, de langste straat ter wereld. We tellen de vliegtuigen die over ons heen vliegen, en hebben aan twee handen niet genoeg. We zien mensen in allerlei soorten en maten: neuspeuterende mensen, rokende mensen, zich optuttende dames, sjagrijnige mensen, stoere mannen, vrolijke flierefluiters. Boeiend die 401!

… waar een file al niet goed voor is.


By on 20:19
Herinneringen

Een greep uit de vele herinneringen aan onze trektocht van Guelph via de Bruce Peninsula, Manitoulin Island, Sudbury, Gowgonda, Ontario’s wilderness region, Québec, North Bay, en Collingwood naar Guelph:

3000 kilometer op de teller…

tijdens de lange autoritten stond , vooral bij Vanya, ‘persoontje raden’ met stip op 1 in de top 10 van favoriete spelletjes…

rotsen…

toen bedachten we het spelletje ‘wie het eerst een boom/een vliegtuig/etc. ziet’, en Jan (wie anders?) zei: "Wie het eerst een knalgele sportauto ziet!", dat duurde wel even… maar nog dezelfde dag zagen we er één, en nog steeds als we een gele auto, van, pick-up, of 4WD zien, roepen we: "Een gele áuto!"

inpakken, uitpakken, inpakken, uitpakken, in, uit, in, uit…

veel dikke mensen, vooral onder de Cree-bevolking van Moosonee en Moose Factory…

de kinderen gedroegen zich super achter in de auto, hoewel ze het de laatste paar dagen wel zat waren…

plannen maken, detailleren, onderdelen schrappen, aanpassen, vernieuwen, veranderen, wijzigen, wijs, onwijs!

rotsen…

vriendelijke Canadezen, die ongevraagd advies geven over bezienswaardigheden, en als je geluk hebt, de route er bij leveren…

de eerste paar dagen was het tijdens het inpakken zoeken hoe de kinderen zich konden vermaken, gelukkig bood de t.v. uitkomst, maar die was er niet altijd, dus bedachten ze hun eigen oplossingen, zoals van het ene naar het andere bed springen, het leukste was die keer bij Evergreen Resort toen Jesse en Sharyn speelden dat ze politie-te-water waren: het bed was de boot, de prullebak met Jesse’s rugzak de motor, en 2 melkpakken dienden als pistool…

Sharyn die aan iedereen vertelt dat ze bij dat ene grote zwembad onder water is geweest…

huisnummers tot in de honderdduizenden, maar daarmee wordt wel gesmokkeld: ze gaan rustig van 1 naar 19 naar 39 naar 57…

rotsen, grotten en steile kliffen…

naaldbomen…

berken…

populieren…

varens…

en nog een heleboel meer bijzondere bloemen en planten…

maar tot onze teleurstelling géén beren of elanden…

rivieren, meren, watervallen en stroomversnellingen…

glooiende heuvels en prachtige uitzichten…

kampvuren…

God is groot!

29 July 2009
By on 16:00
Van Cochrane via Sundridge en Collingwood naar Guelph

We besluiten om met een kleine omweg naar North Bay te gaan, namelijk via Québec. Dit doen we alleen maar om later te kunnen zeggen dat we ook in Québec zijn geweest. Het blijkt een goede beslissing te zijn, want de uitzichten zijn hier schitterend. Het landschap is hier opener dan in het noorden van Ontario, waar we vaak tussen de rotswanden en door wouden reden. We rijden North Bay voorbij en gaan een slaapplek voor de nacht zoeken. Dat heeft nog wel wat voeten in de aarde. De één na de ander zegt iets in de trant van: "We’d love to have you, but we are booked full." (=we zouden het geweldig vinden om jullie iets aan te bieden, maar we zijn volgeboekt). Intussen gaat het steeds harder regenen, en maken de kinderen zich zorgen of we wel een motel vinden. Na een patatje-met-schil te hebben gegeten gaan we weer welgemoed op weg. Het in vrolijke kleuren geschilderde Algonquin Motel gaat onze neus voorbij: vol. Maar wacht eens, daar staat een Bed&Breakfast aangegeven. We gaan toch maar weer van de grote weg af, en belanden via kronkelweggetjes bij het uiterst zorgzaam ingerichte Mitchell’s B&B in Sundridge, waar gelukkig nog kamers vrij zijn. Het is een schot in de roos. We worden geholpen door een gastvrij echtpaar, waarvan de mannelijke helft vol grapjes zit. Het begint bijna te vervelen, maar ook dit onderkomen bevindt zich aan het water. Vanya heeft ook haar zin. In Cochrane was ze erg boos dat we in plaats van een hotel een motel namen, het scheelt maar één letter en een ontbijt. Wat het ontbijt betreft komen we bij Mitchell’s aan onze trekken: bacon and eggs!!

Verder schrappen we een stel van onze plannen: dus géén Discovery Harbour in Penetanguishene (we hebben al genoeg boottochten gemaakt) en géén St.Marie-among-the-Hurons (van de Indiaanse cultuur hebben we aardig wat opgepikt). De belangrijkste reden is dat we er geen tijd voor hebben na onze tocht door het noorden van Ontario. En wat we doen, willen we goed doen. We slaan liever bezienswaardigheden over, dan als een dolle toerist alles bij langs te gaan, en doodmoe thuis te komen.

Dus wij gaan naar Collingwood, waar we de Scenic Caves willen bezoeken. Hier bevinden zich grotten en kloven op het hoogste deel van het Niagara Escarpment. De route door, over en om de grotten is keurig aangelegd en bewegwijzerd, en dat staat ons wel een beetje tegen, evenals de pretparkelementen die hier zijn gemaakt. Maar de uitzichten zijn fantastisch en het geklauter en geklim avontuurlijk genoeg voor de kinderen, dus ook hier genieten we weer. Ook mogen de kinderen gekleurde steentjes uit zand halen door het te zeven in water. Vervolgens zoeken ze op om welke soorten het gaat. Hierin hebben ze zichtbaar plezier, en het is nog educatief ook. Een domper op de vreugde is de swaying bridge (=hangbrug) die hier is gemaakt. Nou, na veel gespring schommelen we wat heen-en-weer, maar het haalt het niet bij de hangbruggen waar we in Irian Jaya over hebben gelopen, dát was pas avontuur.

En toen was het tijd om weer naar Guelph te gaan… Om de tijd nog wat te rekken, nemen we de toeristische route. Dit levert ons een paar stinkdieren op, die nu naast de vos, de bizons, en een dappere schildpad op ons wilde-dieren-lijstje staan.

Zo arriveren we ‘s avonds om 10 uur weer bij ons huisje aan 47 Waterloo Avenue…

27 July 2009
By on 17:00
Cochrane – Polar Bear Expres – Moosonee

Vanuit Gowgonda rijden we naar Cochrane, wat op de grens van het nabije en verre noorden van Ontario ligt. Op voorstel van Jesse besluiten we nu eens niet ‘persoontje raden’ te doen, maar de wilde dieren te tellen, die we onderweg zien. Al snel zien we een vos langs de kant van de weg. De verwachtingen zijn hooggespannen: komen we een beer of eland tegen? Helaas, alles wat we nog zien is een kudde bizons, en dat is ook nog voor spek-en-bonen, want ze staan binnen een omheining. Tsja, een beer of eland kun je tijdens de schemering verwachten, maar niet midden op de dag. Overigens is de rit naar Cochrane weer een prachtige.

Cochrane is voor ons een hele overgang na de rust van Gowgonda. Het is echt een stad, al heeft het maar 5500 inwoners. De sfeer staat ons niet aan. Er lopen erg veel typetjes rond. "Kijk, daar lopen er weer twee, type witte sportschoenen, jeans korte broek, en zonnehemdje." Zo gewoon en zichzelf als Steve en Lydia waren, zo typisch zijn de mensen hier. Ook op het kleine strandje wat Cochrane rijk is (inclusief een meer, wat niet veel meer dan een plas is, maar wel heerlijk om af te koelen), valt ons dit op. Het lijkt erop alsof Cochrane de Here Jezus heel hard nodig heeft. Welke arbeider meldt zich?

Gelukkig hebben wij Cochrane alleen nodig als vetrek- en eindpunt van de Polar Bear Expres (=ijsbeerexpres). Deze trein rijdt dagelijks heen-en-weer tussen Cochrane en Moosonee, wat in het verre noorden ligt, en is voor Moosonee de enige verbinding met de buitenwereld, omdat er geen wegen heen lopen. Hoewel, er gaan veel waterwegen heen, en de echte avonturiers kunnen een tocht van 10 dagen naar Moosonee maken per kano. Wij maken de bijna 6 uur durende treinrit, veel ‘expres’ is er trouwens niet bij. Dit deert ons niet, want opnieuw valt ons een schitterende tocht ten deel door een verlaten landschap met meren, wouden, en rivierdalen. Vooral in de dome car (een verhoogd rijtuig met extra veel ramen) kunnen we dit goed zien. Het leukste is misschien wel dat we de Moose River kruisen over een smalle spoorbrug, vrijwel zonder leuningen, zodat we het idee hebben hoog boven het water te zweven. Maar ja, het gerammel van de trein maakt ons duidelijk dat we nog steeds over de rails rijden.

In Moosonee aangekomen stappen we uit de trein en hebben even het gevoel in een Boliviaans dorpje te zijn beland. Er zijn alleen maar zandwegen. Wij lopen vrij vlot door naar de dock, vanwaar een watertaxi (een zoveel-pk-motorboot) ons in vliegende vaart naar Moose Factory Island brengt. We zien kinderen zonder zwemvest spelen in de rivier, wat een leuke binnenkomer is voor Moose Factory. We dwalen hier een paar uurtjes rond, kopen wat handicrafts (=handwerk) van de lokale bevolking, die uit Cree-mensen bestaat, eten een bannock (een broodje wat aan een stok boven het vuur wordt geroosterd, een typisch Canadese lekkernij), nemen een kijkje bij de St Thomas Anglican Church en lopen weer terug naar de aanlegsteiger. Daar nemen we dezelfde watertaxi terug naar Moosonee. De kinderen gillen van plezier als we over de golven, veroorzaakt door een andere watertaxi, racen. Voor we weer de Polar Bear Expres instappen, nemen we nog een kijkje in het Railway Car Museum (=treinwagonmuseum).

Al hobbelend genieten we in de dinner car van ons avondeten. De dinner car is de laatste wagon van de trein, en als we achteruit de trein kijken, terwijl we over de eerder genoemde spoorbrug rijden, baal ik er voor de eerste keer echt van dat ons fototoestel kapot is. Het was een mooi plaatje geweest…

Doodmoe, maar voldaan, rollen we om half 12 ‘s avonds ons bed in…

26 July 2009
By on 17:07
Gowganda

Hier heb ik de leukste verjaardag ooit meegemaakt. We verbleven 2 nachten in een cabin (=luxe trekkershut) van GowBushKon Lodge (GBKL), en de cabin kon niet op slot. Waar vind je dat nog? De houten huisjes van GBKL zijn gebouwd op een grote uitstekende rots van het Canadian Shield, de rotsbodem waar een groot deel van Canada uit bestaat. Zoals vrijwel alle huizen van Gowgonda, staan ook de huisjes van GBKL aan Gowgonda Lake. GBKL wordt gerund door Steve en Lydia, een bijzonder vriendelijk echtpaar. Lydia gaf de kinderen ijsjes gaven en mij een verjaardagstaart met daarop HAPPY BIRTHDAY. We konden genieten van een prachtige zonsondergang, ware het niet dat 3 berken en af en toe de wolken ons het uitzicht belemmerden. Overdag hebben we de hele dag ‘gemoterboot’ (zoals Jesse het uitdrukt) op het meer en z’n uitsteeksels, en het was gillen van de pret als we keihard door de bocht gingen. Af en toe legden we de boot stil en sprongen in het water (inclusief Sharyn met haar zwembandjes) om lekker te zwemmen. En steeds zagen we aan de rand van het meer de hoge rotsen met daarop de talloze berken en sparren. Ook hier was weer een waterval te bewonderen en bovendien konden we een oude zilvermijn in, waarbij we aan het begin eerst het ijskoude water moesten trotseren. ‘s Avonds konden we weer ‘kampvuren’ met marshmellows. Wat maakte het nu zo mooi hier?  De rust, de stilte, het water, een plek waar je niets anders hoort dan het ruisen van de bomen, het fluiten van de vogels, en het klotsende water… (en natuurlijk het geluid van de moterboot).

22 July 2009
By on 01:08
Manitoulin Island

Een korte impressie van dit prachtige eiland (het grootste in een zoetwatermeer ter wereld, met daarop ook de grootste concentratie aan meren, maar dit terzijde, het gaat er tenslotte om hoe mooi het is): wandelen en zwemmen bij de Bridal Veil Falls (=bruidssluierwatervallen), veel sparren en berken, vlak en glooiend landschap, héél véél meren (de resigids maakt het niet mooier dan het is), een huisje aan het water met uiteraard een barbeque en ook nog een firepit met gratis hout, een ‘krabhuis’ van stenen bouwen bij Misery Bay (waar we pas aankwamen na 5 kilometer over een onverharde weg te zijn gehobbeld – laat de autoverhuurder het niet horen – waarvan we ons later pas realiseerden dat dit de bodem van de grote binnenzee was die zich hier duizenden jaren geleden bevond), marshmellows roosteren boven het kampvuur ("Ik vind kampvuren zó leuk," aldus Sharyn en Vanya heeft zeker 10 keer, zichtbaar genietend, gezegd: "Ik vind het zó gezellig."), rust, vredig, verlaten huisjes, vervallen schuurtjes, veeteelt, hekken van boomstammen, veel kerkjes van het formaat ‘huis’, indianenreservaten (hier zit nog een heel verhaal aan vast, maar dat laat ik nu achterwege), en tot onze prettige verbazing géén McDonalds, Wendy’s, Tim Hortons en wat dies meer zij… en als toetje werden we op weg van Manitoulin naar Espanola getracteerd op een prachtige rit door een landschap, wat zo uit de film Cars lijkt te zijn geplukt, wat de kinderen en mij de uitroep ontlokte: "Hé, Radiator Spríngs!" iedere keer als we een dopje passeerden.


By on 00:45